- Lezing in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
- Aandacht voor Didactisch Partnerschap tussen ouders en school op Dag van de Leraar
- Vacature promovendus op het project 'Preventie van gedragsproblemen in het primair onderwijs'
- Zesde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
- Lezing van Ron Oostdam in het kader van Krachtvoer van het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding
- Presentatie: Dat kan beter! Elke dag bouwen aan een sterke rekenbasis.
- Presentatie: Helpen schakelklassen achterstandsgroepen vooruit?
- Presentatie over Leonardoscholen voor hoogbegaafde leerlingen
- Follow-up onderzoek naar schoolbrede verbetering van het leesonderwijs
- Presentatie op conferentie Het schoolvak Nederlands
- Tijd voor dikke leerkrachten; Over maatwerk als kern van goed onderwijs
- Samen werken aan leren; Didactisch Partnerschap in het Basisonderwijs
- Project Meerbegaafden: Opvang van hoogintelligente en hoogbegaafde leerlingen
- Project Rekenhulp onderbouw basisonderwijs
- Derde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
- Tweetalig schrijfonderwijs in het VWO heeft effect
- Onderzoek naar de effecten van begeleid hardop lezen
- Tweede bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie
- Eerste bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie
- Bundel 'Toekomst van het Talenonderwijs'
- EARLI-conference 2009
- Openingsconferentie (Uit)zicht op talent!
Lezing in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Er broeit iets onder ouders in relatie tot de school; Resultaten van een onderzoek naar kwaliteitsaspecten van het onderwijs onder leraren, ouders en leerlingen.
Presentatie door dr. Frederik Smit, senior onderzoeker bij het ITS en coördinator Expertisecentrum Ouders, School en Buurt van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Tijdstip: dinsdag 8 november 2011 van 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Hogeschool Windesheim Flevoland, Hospitaaldreef 5, 1315 RC Almere, auditorium eerste etage
De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
Recentelijk is op verzoek van de onafhankelijke publieke omroep (NTR) en het Ruud de Moor Centrum een onderzoek uitgevoerd naar de het gebruik van sociale en nieuwe media in het onderwijs, de wijze waarop contacten tussen ouders en school verlopen, en de (gewenste) omgang van de leraar met individuele leerlingen. Het onderzoek is uitgevoerd door het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Onderwijs Innovatie Groep (OIG). De belangrijkste resultaten zijn op 3 oktober 2011 gepresenteerd in de tv-uitzending ‘De avond van het onderwijs’. Ook in de landelijke pers heeft het onderzoek veel aandacht gekregen.
In het onderzoek is bij een groot aantal leraren, ouders en leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs informatie verzameld. Hierdoor is een landelijk representatief beeld verkregen van de kwaliteit van het onderwijs zoals leraren, ouders en leerlingen dit ervaren.
Anders dan decennia geleden vertrouwen ouders hun kind niet zomaar meer toe aan de school. Ze zijn bezorgd over de gevolgen van een groeiend aantal probleemleerlingen in de klassen en vinden daarom de inzet van specialisten wenselijk. Ze nemen ook geen genoegen meer met de beperkte informatie die ze van leerkrachten krijgen. Ouders zien steeds vaker de schoolcarrière van hun kind als een project waar ze invloed op willen uitoefenen, gestimuleerd door de overheid die ouders in toenemende mate mede verantwoordelijk acht voor het schoolsucces van hun kind.
Anno 2011 verwachten ouders meer van leerkrachten, omdat ze weten dat de samenleving straks ook hoge eisen stelt aan hun kinderen. Ouders stellen zich aan de ene kant op als klanten, maar wensen tegelijkertijd ook een ‘partnerschapsrelatie’ met als ingrediënten: gedeelde verantwoordelijkheid en sociale controle om aan de behoeften van hun kinderen te kunnen voldoen. Ouders ervaren echter een muur tussen hen en de school.
De volledige tekst van de uitnodiging is hier te downloaden.
Aandacht voor Didactisch Partnerschap tussen ouders en school op Dag van de Leraar
Op woensdag 5 oktober is het de ‘Dag van de Leraar’. In Almere worden die dag op diverse locaties presentaties en workshops verzorgd. Vanuit het project ‘Samen werken aan leren’ is een apart programma samengesteld rond het thema Didactisch Partnerschap. Didactisch partnerschap wil zeggen dat ouders en school doelbewust samenwerken aan een verbetering van de leervorderingen van kinderen.
Het project wordt gecoördineerd vanuit het lectoraat ‘Maatwerk Primair’. Het betreft een samenwerkingsverband met het lectoraat ‘School en omgeving in de grote stad’ van de Hogeschool van Amsterdam en de Almeerse ScholenGroep (ASG). Binnen het project hebben leerkrachten van diverse basisscholen in Almere gewerkt aan allerlei activiteiten waarmee in de onderwijspraktijk vorm kan worden gegeven aan een didactisch partnerschap tussen ouders en school
In de ochtend verzorgt Ron Oostdam, lector Maatwerk Primair, een plenaire lezing over Didactisch Partnerschap in de schouwburg. Gedurende de dag zijn er op diverse locaties workshops te volgen die gepresenteerd worden door leerkrachten van alle deelnemende scholen aan het project. Het gehele dagprogramma rond het thema ‘Didactisch Partnerschap’ is hier te downloaden.
Vacature promovendus op het project ‘Preventie van gedragsproblemen in het primair onderwijs’
Voor het project ‘Preventie van gedragsproblemen van leerlingen in het basisonderwijs’ zijn wij op zoek naar een promovendus (m/v). Het betreft een van de onderzoeksvoorstellen die door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn gehonoreerd in het kader van de landelijke prijsvraag Onderwijs Bewijs (zie ook elders in deze rubriek).
De aanstellingsomvang bedraagt in beginsel 1 fte (38 uur). Het eerste jaar is een aanstelling in tijdelijke dienst, die bij goed functioneren wordt verlengd. Salariëring geschiedt conform de CAO Nederlandse Universiteiten. Het salaris bedraagt bij een volledige aanstelling minimaal € 2.042 per maand in het eerste jaar en loopt op tot € 2.612 per maand in het vierde jaar. Indiensttreding zo spoedig als mogelijk.
De looptijd van het onderzoek is 4 jaar bij volledige aanstelling. Uitvoering vindt plaats in samenwerking met de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek (afdeling ontwikkelingspsychologie) van de Vrije Universiteit, het Seminarium voor Orthopedagogiek, het lectoraat Maatwerk Primair Pabo Almere van Hogeschool Windesheim Flevoland/Hogeschool van Amsterdam, en vijf schoolbesturen in de provincie Flevoland.
Promotor is Prof. Dr. P.A.C van Lier, hoogleraar Ontwikkelingspsychologie, Faculteit der Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit. Co-promotor is Dr. R.J. Oostdam, wetenschappelijk projectleider bij het Kohnstamm Instituut en lector Maatwerk Primair Pabo Almere bij Hogeschool Windesheim Flevoland/Hogeschool van Amsterdam.
Contactpersoon
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met: Dr. R.J. Oostdam (roostdam@kohnstamm.uva.nl; telefoon 020 525 1330) of Prof. Dr. P.A.C. van Lier (PAC.van.Lier@psy.vu.nl; telefoon 020 598 8735).
Sollicitatie
U kunt naar deze functie solliciteren door uw brief met motivatie en curriculum vitae voor 31 januari 2011 via e-mail te richten aan Dr. R.J. Oostdam.
Voor de volledige vacaturetekst klik hier.
Onderzoek naar preventie van gedragsproblemen in het primair onderwijs
Het lectoraat Maatwerk Primair van Pabo Almere gaat in samenwerking met het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit, het Seminarium voor Orthopedagogiek (Utrecht) en schoolbesturen in de provincie Flevoland onderzoek uitvoeren naar de preventie van gedragsproblemen op school. Het betreft een van de winnende onderzoeksvoorstellen in het kader van de landelijke prijsvraag OnderwijsBewijs. De prijsvraag is uitgeschreven door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om te bevorderen dat op scholen meer evidence-based gewerkt wordt. Het is de tweede keer dat vanuit het lectoraat een aanvraag binnen deze landelijke prijsvraag is verkregen. In een vorige ronde is een onderzoek gehonoreerd naar de effecten van begeleid hardop lezen op de leesvaardigheid van leerlingen met een laag leesniveau.
In het onderzoek wordt gekeken naar de gecombineerde werking van twee programma’s voor preventie van gedragsproblemen: Taakspel en het programma alternatieve denkstrategieën (PAD). Beide programma’s afzonderlijk zijn zowel binnen als buiten Nederland onderzocht op hun effectiviteit. Taakspel is een interventie gericht op klasmanagement. Het geeft leerkrachten praktische handvatten om een gestructureerd en veilig klasklimaat te scheppen, onder andere door het hanteren van duidelijke regels en het belonen van prosociaal gedrag. Taakspel leert kinderen echter niet rechtstreeks sociale vaardigheden aan. Daarentegen richt PAD zich uitdrukkelijk op de sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen. Het leert kinderen emoties te herkennen en effectief prosociale en emotionele vaardigheden toe te passen. Door hun verschillende aanpak maar dankzij een overlap in uiteindelijke doelen zijn de twee programma’s goed te combineren. Taakspel creëert een context waarin leerlingen zich veilig voelen, PAD leert kinderen de vaardigheden die nuttig zijn ter preventie van gedragsproblemen. Aan het onderzoek, dat drie schooljaren beslaat, kunnen maximaal 36 basisscholen deelnemen.
Contactpersoon: Dr. R. J. Oostdam, lector Maatwerk Primair, E-mail: R.J.Oostdam@uva.nl
Zesde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Prioriteit voor preventie van gedragsproblemen in school; “Wat je vroeg aanpakt, hoef je later niet op te lossen”
Presentatie door Dr. Kees van Overveld, landelijk coördinator van het expertisecentrum Gedrag van het Seminarium voor Orthopedagogiek en docent aan de Hogeschool Utrecht.
Locatie: Pabo Almere, auditorium
De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
Gedragsproblemen in scholen hebben een negatieve invloed op het leerproces en op de communicatie tussen leerling en leraar. In de hoofden van leraren lijken de problemen steeds erger te worden, maar de vraag is of dat objectief gezien zo is. In het onderwijs wordt vaak nadruk gelegd op verkeerd gedrag. Er is veel aandacht voor stoornissen, terwijl je het onderwijs echt niet beter maakt door vooral te herhalen wat er allemaal mis is en met wie. Je zou juist moeten kijken naar wat er goed gaat.
Leraren weten vaak niet te handelen als het gaat om het bijsturen van gedrag. Veelal ontbreekt het aan basale kennis omtrent risicoverhogende en beschermende factoren ten aanzien van gedragproblemen en kennis over effectieve aanpakken.
Ernstige gedragsproblematiek vraagt veel van leraren. De oplossing voor de problematiek ligt voor een groot deel in het voorkomen ervan. Dit kan door goed geschoolde leraren die goed onderwijs geven. Tevens kan er gebruik worden gemaakt van ‘evidence based’ hulpmiddelen waaronder programma’s voor regelgestuurd leren en/of sociaal emotionele ontwikkeling, zoals Taakspel en PAD.
In de lezing zal worden ingegaan op de omvang van de problematiek: hoeveel gedragsproblemen komen we tegen in het onderwijs en nemen die problemen eigenlijk toe? Vervolgens wordt stil gestaan bij de rol die leraren hebben bij de signalering en het stellen van diagnoses. Vanuit de gedachte dat voorkomen beter is dan oplossen wordt vervolgens ingegaan op de vele mogelijkheden die schoolteams hebben om gedragsproblemen in de school te voorkomen en aan te pakken.
De hoofdvraag is op welke wijze scholen aandacht kunnen besteden aan Sociaal Emotioneel Leren (SEL). We zullen daarbij de blik richten op de vele programma’s die in de handel en via begeleidingsdiensten te verkrijgen zijn. Hoe weet je nu of zo’n programma geschikt is voor de eigen school? Er worden tips en praktische handreikingen gegeven om een verantwoorde beslissing te nemen. Ook worden enkele programma’s besproken die hun werkzaamheid in de praktijk hebben bewezen.
De volledige tekst van de uitnodiging is hier te downloaden.
Lezing van Ron Oostdam in de reeks Krachtvoer van het kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding
Effecten van begeleid hardop lezen op technisch lezen, begrijpend lezen, woordenschat en leesplezier
Tijdstip: donderdag 25 november 2010 van 16.00 – 17.00 uur
Locatie: Zaal A0.11, Hogeschool van Amsterdam, H.J.E. Wenckebachweg 144-148
1096 AR Amsterdam
Op dit moment wordt vanuit het lectoraat Maatwerk Primair een onderzoek uitgevoerd in samenwerking met het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam, de vijf schoolbesturen uit de provincie Flevoland en de gemeente Almere. Het is een van de onderzoeksvoorstellen die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gehonoreerd in het kader van de landelijke prijsvraag OnderwijsBewijs. Het betreft een experimenteel onderzoek naar de effecten van begeleid hardop lezen voor leerlingen met een laag technisch leesniveau in de groepen vier, vijf en zes van het primair onderwijs.
In deze presentatie wordt verslag gedaan van een eerste experiment waarin de effectiviteit van twee varianten van begeleid hardop lezen is onderzocht . In de ene variant, verder lezen (‘continuous reading’), oefent de leerling met steeds nieuwe teksten. In de andere variant, opnieuw lezen (‘repeated reading’), oefent de leerling met dezelfde tekst totdat een zekere beheersing is bereikt. Opnieuw lezen is in zekere zin een variant van wat in Nederland bekend is onder RALFI (‘repeated, assisted, level, feedback and interaction’).
De onderzoeksopzet en de inrichting van de interventies voor begeleid hardop lezen worden besproken. Vervolgens worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd op grond van statistische analyses op basis van longitudinale meerniveaumodellen. Daarbij wordt ingegaan op implicaties voor de onderwijspraktijk.
Vijfde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Dat kan beter! Elke dag bouwen aan een sterke rekenbasis.
Presentatie door Dr. Marjolein Kool, projectleider van zOEFi, de Nationale Oefenimpuls voor rekenen.
Tijdstip: dinsdag 20 april 2010 van 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Pabo Almere, auditorium
De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
In het najaar van 2008 raakte de discussie over het rekenonderwijs op de basisschool oververhit, waarop toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma besloot een rekencommissie bij de KNAW in te stellen die een onafhankelijk advies moest uitbrengen over het rekenonderwijs op de basisschool. Toen na negen maanden het rapport verscheen was de eerste conclusie duidelijk: Geen reden tot paniek, maar …. DAT KAN BETER! Of in meer academische taal: “Het Nederlandse rekenonderwijs dreigt zijn sterke internationale positie te verliezen. Het rekenpeil kan en moet omhoog.”
Het rekenonderwijs kan en moet beter! Maar dat is makkelijk gezegd dan gedaan. Hoe krijg je dat voor elkaar? Dagelijks oefenen en automatiseren biedt kansen op succes. Oefenen moet! Iedereen weet het uit eigen ervaring. Kennis en vaardigheden verdwijnen als je ze niet regelmatig oproept en gebruikt. Wordt er dan niet geoefend in de rekenles? Zeker wel, maar in veel gevallen gaat het om ‘recent’ oefenen: het ophalen van voorkennis om de volgende stap op de leerlijn te kunnen zetten. Het basale oefenen komt veel minder aan bod. Hoe vaak wordt de rekenstof van een jaar of enkele jaren geleden herhaald? Komen in groep acht de tafels nog wel ter tafel? En als ze daar aan bod komen, spelen begrip en inzicht dan nog een rol?
Op 21 januari 2009 werd door Sharon Dijksma de Nationale Oefenimpuls voor rekenen ingesteld: zOEFi. In dit oefenprogramma bouwen leerlingen van vier tot 14 jaar dagelijks gedurende tien minuten aan hun rekenbasis. Klassikaal, interactief, met het digibord, gebaseerd op begrip en inzicht, en met speelse werkvormen. Het Freudenthal Instituut werkt aan deze opdracht. Het ontwerpen van dagelijkse oefenactiviteiten voor de hele basisschool en de eerste jaren van het voortgezet onderwijs is een grote klus, dus het zal nog even duren voordat zOEFi volledig gereed is, maar leraren van groep zeven en acht kunnen na de zomervakantie beginnen.
De volledige tekst van de uitnodiging is
hier
te downloaden.
Vierde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Helpen schakelklassen achterstandsgroepen vooruit?
Presentatie door Drs. Guuske Ledoux, wetenschappelijk directeur van het Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam
Tijdstip: dinsdag 16 maart 2010 van 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Pabo Almere, auditorium
De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
Sinds een paar jaar is er een nieuw beleidsinstrument toegevoegd aan het onderwijsachterstandenbeleid: schakelklassen. Schakelklassen zijn bedoeld voor leerlingen met taalachterstanden. Het doel is om leerlingen die forse taalachterstand hebben in een jaar tijd, in kleine groepen, zo veel mogelijk extra taalaanbod te geven dat ze na dat jaar weer beter mee kunnen in de gewone klas. De vraag is nu of deze klassen een goede manier zijn om taalachterstanden te verminderen? Het Kohnstamm Instituut en het ITS doen hier onderzoek naar. De eerste resultaten over de bereikte effecten zijn bemoedigend: kinderen die een schakelklas volgen gaan meer vooruit - niet alleen in taal maar ook in rekenen - dan vergelijkbare kinderen die niet in een schakelklas zitten. Dat is vrij opmerkelijk, want wetenschappers verwachten eigenlijk niet zoveel van zo’n eenmalige impuls. Hoe kunnen we dit resultaat dan verklaren? Wat kunnen we ervan leren? En wat kunnen scholen, besturen en gemeenten doen die schakelklassen willen invoeren? Aan bod komen ook de verbinding tussen schakelklassen en het taalbeleid op school en de recente initiatieven om de leertijd op school uit te breiden voor leerlingen uit achterstandsgroepen.
Voor de volledige tekst van de uitnodiging zie: Helpen schakelklassen achterstandsgroepen vooruit?
Presentatie over Leonardoscholen voor hoogbegaafde leerlingen
Bijeenkomst georganiseerd door het lectoraat Maatwerk Primair, Pabo Almere
Tijdstip: woensdag 27 januari 2010 van 14.30-16.00 uur
Locatie: Pabo Almere, zaal 3.24
De bijeenkomst is gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
Onderzoek en ervaringsgegevens wijzen uit, dat veel hoogbegaafde kinderen problemen krijgen binnen het reguliere basisonderwijs. Dit kan variëren van onderpresteren en een hekel krijgen aan school en leren, tot aan lichamelijke en psychische klachten. Een aantal leerlingen haakt op termijn zelfs helemaal af en volgt geen enkele vorm van onderwijs meer.
Het is zeker niet gemakkelijk om binnen het reguliere basisonderwijs hoogbegaafde kinderen goed te begeleiden. Zij begrijpen zaken veel sneller dan de gemiddelde leerling, denken en leren meestal op een andere manier (topdown) en hebben een ontwikkelingsvoorsprong van vele jaren. Op schoolniveau wordt meestal gekozen voor versnelling of verbreding. Het kan dan gaan om het overslaan van een groep, maar ook om het doorwerken van twee leerstofjaren in een schooljaar of het aanbieden van verbreding- en verrijkingsstof. Ook het aanbieden van leerstof uit hogere groepen komt veel voor. In voorkomende gevallen wordt gewerkt met plusklassen op schools of bovenschools niveau waar de leerling gedurende enkele dagdelen per week onderwijs volgt.
Een meer rigoureus opvangmodel voor hoogbegaafde leerlingen betreft de zogeheten Leonardo-scholen waar deze leerlingen gedurende de hele week onderwijs volgen op hun niveau. De aanduiding Leonardo-scholen is wat misleidend omdat het hier niet gaat om aparte scholen, maar om aparte afdelingen die worden ondergebracht binnen een bestaande basisschool.
De bedenker van het Leonardoconcept, Jan Hendrickx, zal uiteenzetten hoe het Leonardo-onderwijs een antwoord wil geven op de specifieke onderwijsbehoefte van hoogbegaafde kinderen. De volledige uitnodiging met het programma is hier te downloaden.
Follow-up onderzoek naar schoolbrede verbetering van het leesonderwijs
Een samenvatting van het onderzoek is terug te vinden in de rubriek ‘Onderzoek kenniskring’. Via die rubriek is ook het gehele onderzoeksverslag te downloaden.
Presentaties op conferentie Het Schoolvak Nederlands
Op de conferentie ‘Het schoolvak Nederlands’ zijn door Conny Boendermaker, lid van de kenniskring van het lectoraat Maatwerk Primair, presentaties verzorgd in samenwerking met anderen over de projecten ‘Lezen gaat voor’ (LGV) en ‘Lezen gaat door’ (LGD). In het project LGV krijgen leerlingen in groep 4 die landelijk gezien tot de tien procent zwakste lezers behoren een individuele leestraining. Het project LGD richt zich op leerlingen die ook in groep 5 nog een behoorlijke leesachterstand hebben. Studenten van Pabo Almere kunnen zich voor beide leesprojecten inschrijven. Zij volgen dan colleges over leesdidactieken voor zwakke lezers en krijgen training in het uitvoeren van remediërende interventies. Tevens verzorgen de studenten een groot deel van de individuele leestrainingen op de deelnemende scholen in Almere. Studenten leren hierdoor veel over lezen en leesproblemen, terwijl de betreffende scholen gesteund worden om hun zwakke lezers een extra aanbod te geven.
In de stroom ‘basisonderwijs’ werd in samenwerking met Martine van de Lagemaat (GGD Flevoland) en Martinette Strik (Pabo Almere) een presentatie verzorgd. Het ging daarbij om een uiteenzetting hoe vanuit de lopende projecten uiteindelijk wordt toegewerkt naar een integrale remediering voor zwakke lezers in de gehele onderbouw (groep 1 tot en met 5). De presentatie in de ‘pabo-stroom’ werd verzorgd in samenwerking met Martinette Strik (Pabo Almere) en Eveline Kört (student Pabo Almere). In deze presentatie werd ingegaan op de organisatie en opzet van de stages binnen de projecten LGV en LGD. Ook zijn gebruikservaringen uitgewisseld.
Er verschijnt een conferentiebundel met een korte verslaglegging van alle bijdragen. De tekst van de presentatie in de stroom ‘basisonderwijs’ is hier te vinden. De tekst binnen de ‘pabo-stroom’ is hier te downloaden.
Tijd voor dikke leerkrachten; Over maatwerk als kern van goed onderwijs
Woensdag 18 november heeft dr. R.J. Oostdam, lector Maatwerk Primair, zijn openbare les uitgesproken in de schouwburg van Almere. In de openbare les met als titel 'Tijd voor dikke leerkrachten' is betoogd dat onderwijs-op-maat bij iedere basisschool op de kwaliteitsagenda moet staan. Het gaan dan om het zoeken naar antwoorden hoe het onderwijs zodanig wordt ingericht dat het recht doet aan de verschillende onderwijsbehoeften en ontwikkelingskansen van leerlingen. Maatwerk gaat verder dan zorgverbreding, differentiatie en adaptief onderwijs. Maatwerk vraagt van de leerkracht een andere manier van kijken naar leerlingen, de bereidheid het onderwijs af te stemmen op onderlinge verschillen, en een kritische reflectie op zichzelf als onderwijsgevende. De kwaliteit van leerkrachten is uiteindelijk de basis voor het leveren van maatwerk.
Het verslag en enkele foto's van de openbare les kunt u hier vinden! De volledige teks van de openbare les kunt u hier downloaden!
Samen werken aan leren; Didactisch Partnerschap in het Basisonderwijs
Vanaf 1 oktober is het project gestart ‘Samen werken aan leren; Didactisch Partnerschap in het Basisonderwijs’. Het project is een samenwerkingsverband tussen de Almeerse Scholengroep (ASG) en de HvA-lectoraten ‘Maatwerk Primair’ en ‘School en omgeving in de grote stad’. Het project wordt gesubsidieerd door Stichting Innovatie Alliantie (SIA) binnen de regeling Regionale Aandacht en Actie voor Kenniscirculatie (RAAK) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In het project werken docent-onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam (waaronder Pabo Almere) samen met leerkrachten, ouders en schooldirecties van een aantal deelnemende basisscholen in Almere.
Het centrale thema van dit project betreft het vormgeven van een didactisch partnerschap tussen leerkrachten (i.c. de school) en ouders. Het project is gericht op het ontwikkelen van instrumenten en werkwijzen om het handelingsrepertoire van leraren op dit onderwerp te verruimen en daarmee de eigen professionaliteit te verbeteren. Centraal staan 1) de communicatie en samenwerking tussen ouders en leraren, 2) het handelen van leraren en ouders in relatie tot leerstof en lesmateriaal, 3) het gebruiken van data (bijv. uit het leerlingvolgsysteem) om leraren en ouders te informeren en toe te rusten en 4) organisatorische voorzieningen en afspraken in de schoolorganisatie.
Hoewel het project een brede opzet heeft, ligt de nadruk op het actief inzetten van ouders (op school en thuis) bij het leesonderwijs aan hun kind in de groepen één tot en met vier. Het onderzoek sluit aan op onderzoek naar de positieve effecten van ontwikkelingsstimulering in de thuissituatie en het belang dat de Onderwijsinspectie toekent aan een actieve(re) betrokkenheid van ouders. Een goede aanpak op maat vraagt om regelmatig contact tussen ouders en school. Zo moet er bijvoorbeeld afstemming plaatsvinden tussen de gehanteerde aanpak thuis en op school. Bovendien moeten de school en de ouders gezamenlijk naar oplossingen zoeken wanneer de mogelijkheden van de school tekortschieten.
Binnen dit project krijgen ouders onder andere scholing om het lezen thuis te stimuleren en gerichte hulp te kunnen bieden bij optredende leesproblemen. Binnen de kenniskring van het lectoraat ‘Maatwerk Primair’ is men in dat kader bijvoorbeeld bezig met het opzetten van de oudercursus Beginnende Geletterdheid. Met dergelijke scholing ontstaat er een gezamenlijke kennisbasis voor een open en evenwichtige onderlinge communicatie tussen ouders en leerkracht(en). Het achterliggende idee is om, door middel van allerhande activiteiten, een beter begrip te kweken tussen ouders en leerkrachten, en tevens een actieve(re) betrokkenheid te bewerkstelligen van ouders bij de activiteiten op school (‘als ouder doe je ertoe’). Met behulp van een evaluatieonderzoek zal worden nagegaan of de gehanteerde aanpakken ook daadwerkelijk leiden tot een kwaliteitsimpuls voor het onderwijs en een verbetering van de leesprestaties.
Project Meerbegaafden: Opvang van hoogintelligente en hoogbegaafde leerlingen
In het kader van het excellentieprogramma van staatssecretaris Dijksma is een aanvraag toegekend om in Almere een dekkend onderwijsaanbod te ontwikkelen voor meerbegaafde leerlingen. Deze aanvraag met een looptijd van twee schooljaren is ingediend door twee schoolbesturen (de Almeerse Scholengroep en Prisma) in samenwerking met het lectoraat ‘Maatwerk Primair’.
Tot op heden heeft het beleid in Almere ten aanzien van meerbegaafde leerlingen zich vooral gericht op het inrichten van trajecten met zogeheten ‘plusklassen’, waarin hoogbegaafde leerlingen gedurende enkele uren per week extra leerstof krijgen aangereikt. Verder loopt er het zogeheten Toptraject/GAAF voor meer- en hoogbegaafde leerlingen in de groepen zeven en acht. Via dit traject wordt deze leerlingen de mogelijkheid geboden (aangepaste) lessen te volgen op scholen voor voortgezet onderwijs. Daarnaast heeft een aantal basisscholen, onder begeleiding van de IJsselgroep, de afgelopen jaren gewerkt aan het verhogen van de expertise binnen schoolteams op het gebied van hoogbegaafdheid. Helaas heeft dit alles nog niet geleid tot meer onderlinge samenwerking tussen scholen en is ook de borging van de opgebouwde kennis nog niet goed gelukt. De tot nu opgedane expertise op dit gebied was meer gekoppeld aan personen dan aan organisaties, met als gevolg dat bij het vertrek van personen ook kennis verloren ging.
Het onderhavige project moet verbetering brengen in de bestaande situatie. Doelstelling is om een algemeen beleid op samenwerkingsniveau te realiseren voor meerbegaafde leerlingen in de leeftijd van vier tot en met 16 jaar. Daarbij staat een doorlopende leerlijn tussen primair en secundair onderwijs centraal. Gestreefd wordt naar een gedifferentieerd opvangmodel op zowel schoolniveau als bovenschools niveau, waarbij de aansluiting op de reguliere onderwijspraktijk stevig verankerd wordt. Ter voorbereiding hebben leden van de kenniskring onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop enkele voorhoedescholen in Almere de intake en het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen vormgeven en welke knelpunten zij daarbij ervaren. Gedurende de loop van het project wordt vanuit de kenniskring van het lectoraat gewerkt aan het theoretische raamwerk van het project en wordt onderzoek gedaan naar de implementatie van de verschillende opvangmodellen.
Project Rekenhulp onderbouw basisonderwijs
De PO-Raad heeft aan Pabo Almere een subsidie toegekend voor het uitvoeren van een project ten aanzien van het rekenonderwijs. Het betreft een aanvraag die tot stand is gekomen in samenwerking met het lectoraat ‘Maatwerk Primair’ en een drietal schoolbesturen (de Almeerse Scholengroep, Prisma en SKOFV).
De doelstelling van het project is tweeledig. Enerzijds is het doel om binnen het curriculum van de pabo-opleiding een steviger verankering te realiseren van de signalering, diagnostiek en remediëring van zwakke rekenaars in de onderbouw van het primair onderwijs. Anderzijds wordt gestreefd naar het realiseren van een structurele ondersteuning op schoolniveau middels het verbreden van de expertise van (aankomende) leerkrachten en het ontwikkelen van bruikbare onderwijsmaterialen ten aanzien van de problematiek bij het automatiseren van zwakke rekenaars in de groepen drie, vier, vijf en zes. De keuze voor versterking van het automatiseren is ingegeven door de aanbeveling van de inspectie om met name in de onderbouw opgelopen rekenachterstanden zo snel als mogelijk weg te werken. Als in de onderbouw geen goede basis wordt aangebracht kan dit in de bovenbouw tot ernstige rekenachterstanden leiden. Het automatiseren is een van de centrale basisvaardigheden binnen het rekenonderwijs. Leerlingen die op dat vlak in de onderbouw een leerachterstand oplopen, ondervinden daarvan bij het rekenonderwijs in de volgende leergroepen ernstige hinder.
Binnen het lectoraat ‘Maatwerk Primair’ zijn het taal- , lees- en rekenonderwijs centrale thema’s. Ten aanzien van het thema rekenen is het onderhavige project vanuit de kenniskring van het lectoraat geïnitieerd en opgestart. In een pilot die het afgelopen jaar is uitgevoerd, hebben studenten met groepjes van drie of vier zwakke rekenaars uit groep vier gewerkt. Bij de gehanteerde aanpak werd directe ondersteuning geboden op het terrein van het automatiseren.
In het toegekende project dat dit schooljaar van start is gegaan, wordt de aanpak van de pilot breder ingezet. Vanuit het lectoraat wordt gewerkt aan de theoretische onderbouwing en het uitvoeren van flankerend onderzoek. Daarnaast zal het lectoraat betrokken zijn bij het analyseren en interpreteren van de toetsen die tijdens het project worden afgenomen. Voor en na de interventies bij zwakke rekenaars worden metingen gedaan met gestandaardiseerde rekentoetsen. De resultaten van de deelnemende leerlingen worden in de daaropvolgende leerjaren gevolgd (op grond van de toetsresultaten in het leerlingvolgsysteem) om te kijken naar lange termijneffecten van de interventies (longitudinale opzet). Daarnaast zullen in het kader van het flankerend onderzoek instrumenten worden afgenomen voor het meten van enkele belangrijke leerlingvariabelen zoals motivatie, zelfvertrouwen en welbevinden op school. Deze instrumenten worden aan hele groepen afgenomen zodat de resultaten van de zwakke rekenaars zijn af te zetten tegen andere leerlingen in de groep.
Derde bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Presentatie door Prof. Dr. Kees van der Wolf, expert op het gebied van gedragsproblematiek
Tijdstip: dinsdag 13 oktober 2009 van 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Pabo Almere, auditorium
De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden
Gedragsproblemen behoren tot de moeilijkste sociale problemen waarmee een samenleving wordt geconfronteerd. Daarom vereist studie van dit onderwerp zorgvuldigheid en kritisch denken. Dat is geen gemakkelijke opgave, want over oorzaken en behandeling van gedragsproblemen bestaan veel opvattingen en theorieën. Het is niet eenvoudig om een goede invalshoek te kiezen. Als inleiding wordt eerst ingegaan op het individuele verklaringsmodel van probleemgedrag, ook wel de dispositionele benadering genoemd. De nadruk ligt op de beschrijving en verklaring van kenmerken van personen die probleemgedrag vertonen. Vervolgens worden de resultaten besproken van een onderzoek onder 357 Nederlandse leraren in het basis- en speciaal (basis)onderwijs. Aan de leraren is gevraagd de moeilijkste leerling van de klas in gedachten te nemen en het gedrag van deze leerling te beschrijven. Vervolgens moest worden aangegeven welke reacties en gevoelens het gedrag van de leerling bij de leraar teweeg bracht. Tenslotte hebben de leraren beschreven wat ze deden om het probleemgedrag aan te pakken en welke aanbevelingen zij hebben voor collega’s bij soortgelijk probleemgedrag.
Prof. Dr. Kees van der Wolf is lid van de adviesraad van het lectoraat Maatwerk Primair.
Tweetalig schrijfonderwijs in het VWO heeft effect
Een goede schrijfvaardigheid in het Engels is van groot belang bij leerlingen die het Internationale Baccalaurate willen behalen. Hoe leren ze vloeiend schrijven in het Engels en tegelijkertijd hun teksten goed te structureren? Amos van Gelderen en Ron Oostdam van het SCO-Kohnstamm Instituut (Universiteit van Amsterdam) gaven groepen leerlingen uit de vierde en vijfde klas van het VWO een serie van zeven schrijflessen met Europa als centraal thema. In alle gevallen kregen de leerlingen schrijfopdrachten voor uiteenzettende, beschouwende en betogende alinea's aangevuld met kennis over deze drie genres. De lessen werden in drie verschillende condities gegeven.
De leerlingen die 'lexicale training' kregen, oefenden om woorden in het Engels zo snel mogelijk op te halen uit hun geheugen en correct op te schrijven in gegeven zinnen. Andere leerlingen oefenden met het toepassen van specifieke zelfregulatieve activiteiten bij de schrijfopdrachten die ze maakten. Zelfregulatie is het bewust inzetten van strategieën voor het schrijven, zoals het plannen van tekstinhoud, het controlerenvan het schrijfproces, het evalueren van het geschrevene en het verbeteren van de tekst. Een derde groep kreeg extra kennis over Europa aangedragen. tot slotr was er een controlegroep die geen schrijflessen kreeg. Uit de resultaten blijkt dat de schrijflessen over het algemeen leiden tot verbetering van de schrijfvaardigheid. Van specifieke vormen van training en instructie, waarmee de onderzoekers experimenteerden, is het effect echter (nog) niet aangetoond. Voor nadere informatie klik hier!16 juni 2009
Onderzoek naar de effecten van begeleid hardop lezen
Het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam gaat in samenwerking met het lectoraat Maatwerk Primair van Pabo Almere een tweejarig onderzoek uitvoeren naar de effecten van begeleid hardop lezen op de leesvaardigheid van leerlingen met een laag leesniveau. Het onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het betreft een van de winnende onderzoeksvoorstellen die gehonoreerd zijn in het kader van de landelijke prijsvraag OnderwijsBewijs (http://www.minocw.nl/onderwijsbewijs/index.html).
Binnen het actieprogramma van OnderwijsBewijs wordt experimenteel onderzoek verricht binnen het primair en voortgezet onderwijs. Het doel is om via wetenschappelijke experimenten kennis te krijgen over wat werkt en niet werkt in het onderwijs. Het uitvoerende consortium omvat naast het lectoraat Maatwerk Primair van Pabo Almere en het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam, een vijftal schoolbesturen uit de provincie Flevoland en de gemeente Almere. Het onderzoek naar de effecten van begeleid hardop lezen is gericht op leerlingen met een laag technisch leesniveau in de groepen vier, vijf en zes van het primair onderwijs. Ongeveer 20 procent van de leerlingen in het basisonderwijs heeft in verband met het voortgezet technisch lezen extra instructie- en oefentijd nodig. Hoewel veel scholen hun zwakke lezers zo goed mogelijk proberen te helpen, leven er nog veel vragen over hoe een effectieve leesbegeleiding eruit zou kunnen zien. Er zijn nog geen 'evidence-based' aanpakken of methodieken. In het onderzoek worden twee experimenten uitgevoerd waarin de effectiviteit van een tweetal kansrijke methodieken wordt bepaald. De methodieken zijn varianten van de methodiek begeleid hardop lezen. In de variant verder lezen oefent de leerling met steeds nieuwe teksten, in de variant opnieuw lezen oefent de leerling met dezelfde tekst totdat een zekere beheersing is bereikt. Beide varianten worden vergeleken met een controleconditie waarin leerlingen géén extra leesbegeleiding krijgen. Zie ook de nieuwsrubriek op de website van de Universiteit van Amsterdam: http://www.fmg.uva.nl/pedagogiekenonderwijskunde/actueel.cfm
23 april 2009
Tweede bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie van het lectoraat Maatwerk Primair
Hoe kunnen we kinderen in groep 1 en 2 opsporen die gevaar lopen leesproblemen te krijgen?
Presentatie door Prof. Dr. Cor Aarnoutse: Toetspakket Beginnende geletterdheid
Tijdstip: dinsdag 12 mei 2009 van 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Pabo Almere, auditorium
Aanleiding voor deze tweede bijeenkomst is het recent uitgebrachte toetspakket beginnende geletterdheid van het CPS. Dit pakket heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de preventie van leesproblemen in de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool. Het stelt de leerkrachten van deze groepen in staat om bij kinderen vroegtijdig stagnaties op te sporen en te verhelpen. Het pakket bevat toetsen om kinderen die zwak zijn op het gebied van woordenschat, fonologisch bewustzijn, letterkennis en benoemsnelheid te signaleren en te helpen. Het accent ligt hierbij vooral op het signaleren van kinderen die problemen met lezen dreigen te krijgen. Om er voor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen aan het eind van groep 3 goed kunnen lezen, zal in de groepen 1 tot en met 3 veel aandacht aan beginnende geletterdheid en aan de preventie van leesproblemen moeten worden besteed. Dit voorkomt dat aan het eind van groep 3 tussen de 10 tot 15 procent van de kinderen onvoldoende leest.
Voor de volledige tekst van de uitnodiging zie: Hoe kunnen we kinderen in groep 1 en 2 opsporen die gevaar lopen leesproblemen te krijgen?
Prof. Dr. Cor Aarnoutse is lid van de adviesraad van het lectoraat Maatwerk Primair.
20 april 2009
Eerste bijeenkomst in het kader van de reeks kenniscirculatie
Tijdstip: maandag 23 maart 2009 van 15.00-17.00 uur,
Locatie: Pabo Almere, Landdroststrsaat 2, 1315 RG Almere, auditorium.
Pabo Almere wil met haar lectoraat ‘Maatwerk Primair’ met een zekere regelmaat inspelen op actuele onderwerpen, door in de reeks kenniscirculatie wetenschappers en praktijkdeskundigen bij elkaar te brengen rondom een onderwerp dat in de maatschappelijke of onderwijsinhoudelijke belangstelling staat. Doel is om wetenschap en de dagelijkse praktijk van het onderwijs dichter bij elkaar brengen. De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor geïnteresseerden.
De eerste bijeenkomst in deze reeks gaat over de effecten van voor- en vroegschoolse educatie. In deze bijeenkomst wordt door Dr. Ron Oostdam, lector Maatwerk Primair van de Pabo Almere en tevens onderzoeker bij het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam, de stand van zaken besproken van het onderzoek naar de effecten van voor- en vroegschoolse programma’s. Daarna doet Dr. Erik van Schooten, onderzoeker bij het SCO-Kohnstamm Instituut, verslag van een recent uitgevoerd onderzoek naar de effecten van voor- en vroegschoolse educatie. Tijdens de bijeenkomst is er volop gelegenheid tot het stellen van vragen en is er ruimte voor discussie. Voor de volledige tekst van de uitnodiging zie: Effecten van vve-programma's vooralsnog beperkt.
Bundel 'Toekomst van het Talenonderwijs'
Ter gelegenheid van het expireren van het Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen en het emeritaat van Prof. Dr. G (erard) J. Westhoff is onder redactie van Rick de Graaf en Dirk Tuin de bundel verschenen 'De toekomst van het talenonderwijs: Nodig? Anders? Beter?'. Voor deze bundel heeft Ron Oostdam het artikel geschreven 'Engels na ruim twintig jaar in het basisonderwijs: Push it or leave it!'. Op grond van beschikbare gegevens uit de Periodieke Peilingen van het OnderwijsNiveau en onderzoek naar de vormgeving van het vak binnen het curriculum van de basisschool, wordt in kaart gebracht wat op dit moment de stand van zaken is. Er wordt ingegaan op de ideologische doelstelling van het vak en vraagstukken met betrekking tot kwaliteit, normering en continuïteit. In de discussie wordt de vraag gesteld of de huidige inbedding en vormgeving van het onderwijs Engels op de basisschool voldoet of dat verbeteracties nodig zijn. Centraal aandachtspunt daarbij betreft het grote spanningsveld tussen retoriek en onderwijspraktijk. De bundel is te bestellen bij het Instituut voor de Lerarenopleiding (IVLOS) van de Universiteit Utrecht, Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht, 030-2533400.
EARLI Conference 2009
Volgend jaar wordt de tweejaarlijkse internationale 'Conference for Research on Learning and Instruction' van de 'European Association for Research on Learning and Instruction' (EARLI) georganiseerd door de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Thema van deze conferentie is 'Fostering Communities of Learners'.
Leden van het organiserend comité zijn:
- Jos Beishuizen
- Gert Rijlaarsdam
- Thea Peetsma
- Ron Oostdam
- Gerrie Buijze
Nadere informatie over de conferentie is te vinden op:
http://www.earli2009.org/nqcontent.cfm?a_id=1
Openingsconferentie (Uit)zicht op talent!
Op 12 februari organiseert het Picasso Lyceum in haar nieuwe gebouw in Zoetermeer een openingsconferentie (Uit)zicht op talent! De conferentie is bedoeld voor schoolleiders en docenten. Centraal thema op de conferentie is de talentontwikkeling van leerlingen. Op deze conferentie verzorgen Ron Oostdam en Guuske Ledoux de workshop: Talent: wat is dat eigenlijk en kun je het aanleren? Meer informatie over de conferentie en het programma is terug te vinden op de site: www.uitzichtoptalent.nl
